Een huidbiopsie is vooral bedoeld om een diagnose te stellen. De huidafwijking wordt hierbij meestal niet volledig verwijderd.
Wanneer kan een huidbiopsie nodig zijn?
De huisarts kan een huidbiopsie adviseren wanneer na onderzoek van de huid nog niet voldoende duidelijk is om welke huidafwijking of huidaandoening het gaat. Microscopisch onderzoek kan helpen om de diagnose te stellen en een passende behandeling te kiezen.
Een huidbiopsie kan bijvoorbeeld nodig zijn:
- bij een huidafwijking waarvan de aard niet duidelijk is;
- bij een huiduitslag of ontsteking die aanhoudt of onvoldoende op behandeling reageert;
- om onderscheid te maken tussen verschillende huidaandoeningen;
- bij verdenking op bepaalde huidziekten;
- om het type en de groeiwijze van een verdachte huidafwijking te onderzoeken.
Niet iedere huidafwijking is geschikt voor een stansbiopt. Soms is het belangrijk om de gehele afwijking te verwijderen. De huisarts kan dan kiezen voor een excisie. Een duidelijk goedaardige, verheven huidafwijking kan soms oppervlakkig worden verwijderd met een shave-excisie.
Bij een moedervlek die mogelijk kwaadaardig is, is een gedeeltelijk stansbiopt meestal niet de eerste keuze. De huisarts bespreekt welke onderzoeksmethode of verwijzing het meest geschikt is.
Eerst beoordeling door de huisarts
Voordat een huidbiopsie wordt gepland, beoordeelt de huisarts uw huid tijdens een gewone afspraak op het spreekuur. De huisarts kijkt onder andere naar:
- het uiterlijk en de plaats van de huidafwijking;
- hoelang de afwijking aanwezig is;
- eventuele veranderingen of klachten;
- andere afwijkingen op de huid;
- eerder gebruikte behandelingen.
Als een huidbiopsie nodig en mogelijk is, maken we hiervoor een aparte afspraak. Soms overlegt de huisarts eerst met een dermatoloog of wordt u verwezen.
Voorbereiding op de ingreep
Vertel de huisarts vooraf:
- of u allergisch bent voor verdovingsmiddelen, desinfectiemiddelen of pleisters;
- of u eerder problemen heeft gehad met plaatselijke verdoving of wondgenezing;
- of u diabetes, een vaatziekte of een verminderde afweer heeft.
Stop nooit zelfstandig met bloedverdunners. Voor een kleine huidbiopsie hoeven deze medicijnen meestal niet te worden gestopt. De huisarts beoordeelt of in uw situatie aanvullende maatregelen nodig zijn.
U mag vooraf gewoon eten en drinken, tenzij anders met u is afgesproken. Draag bij voorkeur ruime kleding, zodat de te onderzoeken plek gemakkelijk bereikbaar is.

Hoe verloopt een huidbiopsie?
De huisarts kiest zorgvuldig de plaats waar het stukje huid wordt weggenomen. Soms wordt de biopsieplaats gemarkeerd of op een foto vastgelegd.
Vervolgens:
- wordt de huid schoongemaakt en gedesinfecteerd;
- krijgt u een prik met plaatselijke verdoving;
- wordt gecontroleerd of de huid voldoende verdoofd is;
- wordt met een huidstans een klein rond stukje huid weggenomen;
- wordt een eventuele bloeding gestelpt;
- wordt het wondje zo nodig met ƩƩn hechting gesloten;
- wordt het wondje afgedekt met een pleister of verband.
Meestal wordt een huidstans met een doorsnede van ongeveer 3 of 4 millimeter gebruikt. Afhankelijk van de grootte en plaats kan het wondje zonder hechting genezen of met ƩƩn hechting worden gesloten.
Het inspuiten van de verdoving kan kort een branderig of drukkend gevoel geven. Zodra de verdoving werkt, hoort u tijdens de biopsie geen pijn te voelen. U kunt wel aanraking, druk of beweging merken.
Na de ingreep kunt u direct naar huis.
Onderzoek en uitslag
Het weggenomen stukje huid wordt naar een pathologisch laboratorium gestuurd. Daar onderzoekt een patholoog het weefsel onder de microscoop. Soms zijn aanvullende kleuringen of onderzoeken nodig.
De uitslag is meestal binnen twee tot drie weken bekend, maar kan soms langer duren. De huisarts bespreekt vooraf met u hoe u de uitslag ontvangt.
De uitslag kan aanleiding geven tot:
- geruststelling zonder verdere behandeling;
- behandeling in de huisartsenpraktijk;
- aanvullend onderzoek;
- volledige verwijdering van de huidafwijking;
- verwijzing naar een dermatoloog.
Een huidbiopsie onderzoekt slechts een klein gedeelte van de huid. Soms geeft het onderzoek daarom nog geen definitieve verklaring voor de klachten. In dat geval kan aanvullend onderzoek of een nieuwe biopsie nodig zijn.
Na de huidbiopsie
De verdoving werkt meestal nog enkele uren. Als deze uitwerkt, kan het wondje gevoelig zijn. Gebruik zo nodig paracetamol volgens de aanwijzingen op de verpakking.
Volg altijd de persoonlijke wondinstructies van de huisarts. Meestal gelden de volgende adviezen:
- laat de pleister of het verband zitten zolang als met u is afgesproken;
- vervang de pleister als deze nat, vuil of met bloed doordrenkt is;
- houd het wondje de eerste periode droog volgens de instructies van de huisarts;
- raak het wondje zo weinig mogelijk aan;
- vermijd zwemmen en baden totdat het wondje goed gesloten is;
- voorkom trekken, druk en wrijving op de biopsieplaats;
- vermijd intensief sporten als hierdoor spanning op het wondje komt;
- bescherm de behandelde huid tegen de zon zodra het wondje volledig gesloten is.
Als het wondje is gehecht, spreekt de huisarts met u af wanneer de hechting wordt verwijderd. Dit hangt af van de plaats op het lichaam en is meestal na ongeveer ƩƩn tot twee weken.

Littekenvorming en mogelijke complicaties
Na een huidbiopsie blijft meestal een klein rond of lijnvormig litteken achter. Het litteken kan aanvankelijk rood of donker zijn en wordt vaak in de maanden daarna minder opvallend. Soms blijft een lichter, donkerder, verdikt of iets verzonken plekje zichtbaar.
Mogelijke complicaties zijn:
- een nabloeding;
- een bloeduitstorting of zwelling;
- een wondinfectie;
- het opengaan van het wondje;
- vertraagde wondgenezing;
- een verandering van de huidskleur;
- een opvallend of verdikt litteken;
- veranderd gevoel rond het wondje.
Wanneer neemt u contact op?
Een kleine hoeveelheid bloed of wondvocht onder de pleister is meestal niet verontrustend. Druk bij een nabloeding gedurende 15 minuten onafgebroken stevig met een schoon gaasje of een schone doek op het wondje.
Neem dezelfde dag contact op met de praktijk als:
- het wondje ondanks stevig afdrukken blijft bloeden;
- het wondje opengaat;
- de pijn duidelijk toeneemt;
- de huid rond het wondje steeds roder, warmer of dikker wordt;
- er pus uit het wondje komt;
- u koorts krijgt of zich ziek voelt;
- u zich om een andere reden zorgen maakt over de wond.
Buiten openingstijden kunt u bij klachten die niet kunnen wachten contact opnemen met de huisartsen-spoedpost.
Meer informatie
Lees meer over: